Tam maken en koppelen

Chinchilla’s kunnen heel tam en aanhankelijk worden. Ze vinden het fijn om gekriebeld te worden en om los rond te lopen. Natuurlijk moeten ze wel eerst tam en gewend aan mensen zijn voordat ze dit doen. Chinchilla’s zijn geen knuffeldieren, tam betekend dus niet dat ze op je schoot komen slapen. Tam betekend dat ze niet bang voor mensen zijn en als ze willen naar je toe komen.
Hieronder kan je ook lezen hoe je twee chinchillas die elkaar niet kennen kan koppelen.

Tam maken van een chinchilla

Als je een chinchilla koopt bij een goede fokker, is dit jonge dier al tam gemaakt. De fokker zorgt er namelijk voor dat het dier genoeg aandacht en interactie met mensen krijgt. Ook wordt de  jonge chinchilla opgepakt, waardoor hij gewend raakt aan deze manier van verplaatsing. Dit helpt heel erg bij het verder tam maken van de chinchilla als je hem eenmaal thuis hebt. Chinchilla’s van broodfokkers en op grote beurzen zijn vaak niet echt gewend aan mensen, waardoor tam maken lastiger is. Met geduld is het mogelijk om ook een schuwe volwassen chinchilla tam te maken.
Als je net een stel chinchilla’s hebt, kan je ze het beste sowieso een dag helemaal met rust laten. Ze moeten nog wennen aan hun nieuwe woning en omgeving. Later kan je beginnen met het geven van lekkere hapjes aan de chinchilla. Snel leert hij dat jij hem lekkere hapjes geeft! Uit de kooi mogen is ook een beloning voor een chinchilla, waardoor hij jou zal zien als leuk persoon.
Het vangen van een chinchilla, door hem achterna te zitten en te grijpen, maakt een chinchilla eerder schuwer dan tammer. Het is beter om de chinchilla zelf op je hand te laten stappen of uit de kooi te laten lopen. Natuurlijk moet je je chinchilla wel gaan vangen als hij ontsnapt is of niet meer zelf terug de kooi in gaat.
Het belangrijkste bij het tam maken van een chinchilla is dat je rustig beweegd, geduld hebt en niet teveel ineens wilt.

Koppelen van chinchilla’s

Als je al een of meer chinchilla’s hebt, en je wil daar een nieuwe chinchilla bij laten leven, dan moet je de dieren koppelen. Als je het nieuwe dier zomaar in het hok zet, kunnen er namelijk gevechten uitbreken.
Het is over het algemeen niet mogelijk om een groep van één man met één of meer vrouwen te voorzien van nog een mannetje. Het bokje dat er eerder was, zal de ‘indringer’ niet accepteren. Chinchilla’s één op één koppelen gaat het vaakst goed. Een bokje bij een vrouwtje zetten gaat dan het beste, daarna één bokje bij twee vrouwen die al samen leven.
Je kan de chinchilla’s aan elkaar koppelen door hun kooien dichtbij elkaar te zetten of door een chinchilla in een kleine kooi in de grote kooi te zetten. Je kan dan zien hoe de dieren op elkaar reageren. Je kan de dieren ook in een open ruimte kennis laten maken. Hieraan kan je dan zien of ze direct goed op elkaar reageren, of juist meteen willen ruzieen. Als het goed gaat, kan je de chinchilla’s samen zetten in een kooi die net helemaal is uitgewassen zodat hij niet meer ruikt naar de chins die daar als eerste in zaten. Anders zullen de chinchilla’s die al in de kooi wonen hun territorium in de kooi gaan verdedingen tegen de nieuwkomer.
Koppelen kost soms wat tijd en lukt niet altijd met de chins die je voor ogen had. Heb geduld en probeer het later nog een keer als het niet direct lukt.

Lees meer op deze website over chinchilla’s: